Een belangrijke man in mijn leven is Menno, mijn psychiater. Zijn kleine teen weet meer af van dwang dan alles inwoners van de provincie Groningen. Hij heeft zelf een dwangstoornis en bovendien is hij verslaafd aan mensen helpen. Vandaar ook dat hij zich in mijn dwangdrama heeft vastgebeten en niet meer los heeft gelaten totdat ik zover was als ik nu ben. Hij was de herder en hond, ik de bange schapen. Hij zorgde ervoor dat ik als kudde schapen nooit alle kanten tegelijk op ging waardoor de hond het niet meer zou kunnen overzien. Hij bezorgde mij stof tot nadenken over mijn dwangdilemma’s en op mijn beurt gaf ik hem een klein dwangdilemma. Bijvoorbeeld als ik iets uitlegde toen Menno in de periode zat waarin hij aan zijn boek schreef en hij vond dat dat in het boek had gemoeten. Ik sprak het maar niet hardop uit, maar als ik die gedachte had gehad bij mijn boek, dat zou ik het drukproces stil gelegd hebben. Ook toen we erachter kwamen dat er een taalfoutje in zijn boek stond nadat iedereen vrolijk rond liep met een exemplaar, heb ik hem maar niet verder gevraagd naar dit intense drama. Dat zeg ik uiteraard met een flinke knipoog. Hoe dan ook, Menno heeft met zijn ervaring, begrip en nuchterheid mijn dwangbril telkens weer afgezet als ik hem weer opzette. En dat deed ik vaak. Heel vaak. De afwisseling van de gesprekken als lotgenoten naar psychiater en patiënt was goud waard. Als het haalbaar zou zijn zou ik dus iedereen min of meer aanraden zelf ervaringsdeskundige te worden op zijn eigen vakgebied. Menno heeft daardoor zijn vakgebied namelijk zo goed als zelf uitgevonden.

0 0 stem
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties